Ga ik mee naar een restaurant om te gaan uiteten of doe ik het niet?
Ga ik met Gijs in de kinderwagen een rondje om het huis of nu niet?
Ga ik mee naar dat feestje van die kennis of blijf ik thuis?
Durf ik te gaan lunchen met een collega of laat ik het?
Ga ik vragen of ze me wil ophalen thuis of vraag ik het niet?

Honderden vragen gingen vaak door mijn hoofd toen ik alleen al dacht om ergens naar toe te gaan. Of het nu alleen of met Gijs was, er plopten gelijk allerlei vaagtekens op. Moe werd ik soms van al die onzekerheden nog voordat ik weg was. Ook als ik alleen op pad ging, zat ik met deze vragen en het doemdenken, en deze konden ervoor zorgen dat ik een stapje terug zette en dus besloot thuis te blijven. Dat was met name in de eerste twee jaar na de start van mijn oogaandoening.
Ik voelde in alles dat ik inmiddels een zeer hulpbehoevende vrouw was geworden en dat wilde ik niet. Maar helaas had ik geen keus.

Hulp nodig hebben, hulp vragen, maar dan ook nog deze hulp accepteren is een heel proces. Dat wil niet zeggen dat ik nu helemaal zonder vragen en onzekerheden opstap ga, maar dat het wel minder is. Ook zijn er vragen verdwenen en andere vragen bijgekomen. Dat ervaar je alleen als je ook echt weer dingen gaat doen.
Gelukkig heb ik veel mensen om me heen die me soms het juiste duwtje in de rug weten te geven, zodat ik met een rechte rug toch in standje ondernemen ga.

Ik ben blij om te merken dat ik mijn karakter met een stukje lef en doen niet kwijt ben. En dat ik door de juiste mensen om me heen de prikkels krijg om me weer over nieuwe drempels heen te zetten.

Deel deze blog met je vrienden!

This article was written by Linda