Daar sta ik dan. Ongeveer drie jaar na de diagnose in het Radboud ziekenhuis. Zelfstandig reis ik met de taxi en loop ik met herkenningsstok naar de balie van de afdeling. Ik ben er immers een aantal keer geweest. Vervolgens vertel ik mijn verhaal aan oogartsen in opleiding of oogartsassistenten. Alle gezichten gericht op mij en een voelbare stilte. Heel de heftige wending in mijn leven in geuren en kleuren verteld. Dit hoorcollege ging met name over compassie. De relatie tussen patiƫnt en dokter. Het brengen van slecht nieuws, het omgaan met mensen met een visuele beperking, maar vooral ook het luisteren naar een praktisch voorbeeld, waarbij het op jonge leeftijd en tijdens een zwangerschap zo ontzettend mis kan gaan.

Wat was ik trots dat ik gevraagd ben door de professor oogheelkunde om een presentatie te geven en om mijn leventje te verduidelijken. Een mooie combinatie van mijn eigen ervaring en onderwijs.

Prachtig vond ik het om weer voor een groep te staan en te presenteren. Iets waar ik me gewoon goed bij voel en ik ook goed en gestructureerd kan. Natuurlijk heb ik ook na drie jaar nog momenten waarbij ik met een flinke brok in mijn keel en een traan over mijn wang vertel wat me is overkomen. Wat ik allemaal mis en hoe rot ik me soms voel. Tegelijkertijd sta ik nu op een bepaalde manier in het leven, dat ik denk dat anderen kunnen leren van mijn handicap. Of met name het er mee omgaan. Hoe fijn is het om als publiek oogartsen voor je te hebben, die zo nog meer feeling kunnen krijgen met onze doelgroep.

In de taxi terug naar huis overspoelde het gevoel:
Yes, ik beteken ook op een andere manier nog wat voor de maatschappij.
En hopelijk krijgt het een gevolg en mag ik meerdere groepen artsen voorlichten!

Ik ben daar klaar voor.

Deel deze blog met je vrienden!

This article was written by Linda