De bel van de voordeur gaat. Samen met Gijs ben ik boven, omdat hij net naar bed gaat. Jos is niet thuis, dus ik loop naar beneden om de deur open te maken. Een aardige mevrouw van het KWF-fonds vraagt of ik een bijdrage heb. Ik vraag haar of ze een momentje heeft en loop naar binnen om wat muntjes te pakken. Ik graai wat in ons bakje en heb geen idee welke munten, maar bedenk gelijk dat alle centjes meegenomen zijn. Ik loop terug naar de deur en zeg dat ik door mijn slechtziendheid de muntstukken even aan haar geef, zodat zij ze in de bekende gleuf van de collectebus kan stoppen. Ze bedankt me en loopt weg. Ik sluit de deur en vind het goed dat ik het maar weer benoemd hebt en toch gewoon wat geld heb kunnen overhandigen.

Bovenaan de trap staat Gijs op mij te wachten. ‘Mama, wie was die mevrouw?’ ‘Die mevrouw kwam centjes ophalen voor een stichting. Eigenlijk om te zorgen dat mensen die heel erg ziek zijn weer beter gemaakt kunnen worden. Daar is veel geld voor nodig.’ Daar neemt hij genoegen mee. We poetsen zijn tanden en gaan op bed zitten. ‘Mama? Zijn die mevrouwen er ook voor oogjes?’
Er ontstond al een brok in mijn keel, maar ik vroeg hem wat hij precies bedoelde. ‘Nou, ik bedoel dat ze dan ook mama’s oogjes beter kunnen maken…’

Een grote slik volgde en ik zei dapper: ‘Dat is heel lief van je dat je dat graag zou willen. Dat zou ik ook wel superfijn vinden, maar dat kan helaas niet. Mama’s oogjes zijn stuk en worden niet meer beter.’ ‘Jammer!’ vervolgde Gijs. We knuffelden elkaar even en hij dook zijn bed in en ging het boekje pakken wat hij wilde gaan lezen met me.

‘Welterusten lieve vent,’ zei ik nog toen ik naar beneden liep. Eenmaal de trap afgekomen komt Jos binnen. Ik vertel het verhaal en snik…

Samen pakken we elkaar stevig vast en we voelen allebei het gemis van mijn zicht, maar we zijn trots op onze openheid richting Gijs. Maar vooral vinden we ons mannetje alweer het liefste mannetje van de hele wereld!

Deel deze blog met je vrienden!

This article was written by Linda